|
|
Weblogs: AlgemeenTelkens als de schaatskoorts toeslaat na koude nachten zonder wind, kom ik ze weer tegen….in een auto, de zombies. Mensen die de weg opgaan zonder hun ruiten ijs- of condensvrij te maken en die hun eigen mist creëren. Een bijzonder riskant gedrag, waar Veilig Verkeer Nederland elke winter campagne tegen zou moeten voeren. Van de automobiele zombies zijn er drie soorten: 1) de nagelkrabbers; 2) de gehaaste pendelende-peuter-ouders; 3) de gecondenseerde clan-hoofden. Automobilisten uit categorie 1 zijn, samen met drunken drivers en woonerf-coureurs, de ergste aso’s die je op de openbare weg kunt tegenkomen. Vorige winter ontdekte ik deze categorie by accident toen een buurtgenoot met zijn gloednieuwe zakenbolide mijn fietspad kruiste. Míj zag hij niet, hij zag überhaupt niets, want zijn uitzicht was beperkt tot één A4tje dat hij ijsvrij had gekrabd, zo te zien met zijn nagels…..Ik had niets, alleen mijn fiets raakte invalide. Terwijl de wissers van zijn leasebak van 45.000 euro tevergeefs over het ijs schraapten, bleek dat ie te beroerd was geweest om een euro voor een krabbertje uit te geven! Dat krijg je met die bijtelling…Zo rijden er ’s winters elke dag honderden rond, te kortzichtig, te lui of bang voor kouwe handen om hun ruiten ijs- of condensvrij te maken. Levensgevaarlijk, erger dan met een paar pilsjes op achter het stuur. Maar zombie’s plegen geen misdrijf, ’t is hooguit een overtreding. Automobilisten uit categorie 2 valt niets te verwijten, die doen voorbeeldig hun best, veiligheid voorop, bezorgd om hun kinderen. Zo ook bij mij in de straat een moeder, die dagelijks haar kinderen in een “veilige” Volvo 850 stationcar naar school brengt. Met de auto is dat 1500 meter, lopend of met de fiets 600 meter. Terwijl de koude motor wolken benzine en benzeen uitstoot zet ze haar kinderen alvast in de auto en begint zij aan het dagelijks ritueel. Als de ruiten na tien minuten ijsvrij zijn en de auto gevuld met gifgas, zit er intussen aan de bínnenkant een laagje ijs en condens. Heftig poetsen met vijftien vette vingers helpt dan niet en het is al bijna half negen, als ik haar met haar hoofd uit het open raam gestrest zie wegrijden. Hopelijk raakt zij geen fietser of schoolkind op de plek waar ik over het hoofd gezien werd. Lopend of op de fiets was ze al hoog en breed en zonder gifwolken vóór half negen op school geweest…. Misschien komt ze dáár zelf nog eens achter, en dat ze beter eerst kan krabben, dan pas de kinderen erin en daarna starten. Voordeel van fiets en benenwagen is dat ze geen koude start kennen en geen verhoogde emissies en verbruik in koude toestand. Eerst krabben, dan starten is de belangrijkste en groenste wintertip. De tip die ik miste in Autoweek en ANWB Auto/Kampioen deze weken is: gebruik een ijsfolie of dakhoes. Hoef je helemaal niet meer te krabben, geen kouwe handen, geen krassen op de ruiten, geen tijdverlies. Tegen de condens en als het echt koud is zet ik eerst een ventilatorkacheltje een half uurtje aan in de auto. Dan zijn de ruiten ontdooid en is het interieur heerlijk warm als ik start, kost maar 500 Watt schone energie. Niemand lijkt te beseffen dat een auto bij een koude start onder nul extreem slijt en vervuilt en driemaal zoveel benzine verbruikt als met warme motor. Die 850 verbruikt ’s winters dus per dag over 4x 1500 meter plus verhoogd stationair draaien al bijna twee liter benzine….kijk maar op de boordcomputer! Automobilisten uit categorie 3 komen vaak uit warme landen, waar je met de raampjes open rijdt en waar de ventilatie nog nooit op stand DEF gezet is. Deze categorie herken ik al van verre, als ik bijvoorbeeld op de A4 een oudere Toyota of een zwaar in de veren hangende Nissan met 90 over de middelste rijstrook zie kruipen. Als ik langszij kom ontwaar ik - zoals verwacht, maar met moeite, dat wel – negen van de tien keer een Surinaamse of Antilliaanse familie met drie of vier personen op de achterbank achter compleet beslagen ramen. Logisch dat ze niet meer naar rechts durven, want ze zien geen flikker, niet naar achteren en niet opzij. Of rijden ze liever links, zoals overzee? Als ik bij de KLPD zat zou ik ze meteen aan de kant zetten en een lesje winterventilatie geven. Tip 11 van Autoweek nr.51 (blz. 51) is zo gek nog niet: als het vriest gewoon in bed blijven, kun je altijd nog jezelf of je partner krabben….. Al sinds mijn tiende heb ik iets met heilige koeien, maar ik zal nooit Partij voor de Dieren stemmen. Mensen die voor alle maatschappelijke problemen één, alles afdoende oplossing hebben, die wantrouw ik. Van die mensen hebben we er nu al te veel rondlopen, ook buiten de politiek. Ook al ben ik part time vegetariër, met Marianne Thieme als orakel zou ik meteen ruzie krijgen - terwijl ze me als persoon best aardig lijkt. Dit soort fanatiekelingen lijkt me niet lekker in hun (bontloze) vel te zitten. Ze willen de wereld - de dieren voorop - redden van rampen die (alleen) zij zien aankomen en die ze met bij elkaar geharkte cijfers proberen te bewijzen. Onze dierenpolitica probeert nu – vanuit een megadildo-Hummer nog wel - met film en cijferwerk het enorme effect van de totale zuivel-, vlees- en scheten-cyclus op het klimaat te bewijzen. Je zou er een pre-traumatisch stress-syndroom van krijgen, want ik ben namelijk dol op melk én spruitjes…. Tót die film voelde ik me niet “schuldig”: ik ben al levenslang in eigen huishouden en (rij)gedrag en door veel fietsen consequent bezig mijn mondiale voetafdruk zo klein mogelijk te houden. Dat lukt ook dankzij hooguit tien privé-vliegreizen in 61 jaar - terwijl ik dol ben op vliegen. (B)lijken al de koeien van de wereld zoveel scheten te laten en andere broeikaseffecten via de voedselketen te veroorzaken dat ze de CO2-uitstoot van alle heilige koeien en de industrie zouden overtreffen. Ik ga eerst de bronnen van deze semi-wetenschappelijke vergelijking checken, want ik neem niets klakkeloos aan uit de mond van politici, hoe groen ook. Theoretisch gecijfer en onware vergelijkingen heb ik te vaak meegemaakt. Zo beweerde de RAI ooit dat de bus “slechter voor het milieu” is dan de auto. De cijfers klopten inderdaad, als je de (deeltjes/ NOx-)emissies van een dieselbus met zes mensen gemiddeld per inzittende vergelijkt met een benzineauto. Maar… zodra een automobilist zijn auto start komen er emissies bij, terwijl als hij in een bus stapt de emissies gelijk blijven. Gemiddelden geven dus nooit de echte, “marginale” veranderingen weer. En zo stelt Marianne dat ze liever een vegetariër in een Hummer heeft dan een vleeseter op de fiets. Iedereen met gezond verstand voelt aan dat ze met deze vergelijking gigantisch doorschiet. Toevallig heb ik van auto’s meer verstand…. Meent ze echt dat een onsje vlees per dag slechter is voor deze wereld dan je ego en je kilootje hersens van A naar Beter te helpen met behulp van 2500 kilo blik dat elke 5 km 2500 gram CO2 en één liter fossiele brandstof (die je maar éénmaal kunt verstoken) de lucht in jaagt?! Als alle autoloze vleeseters met vegetarische Hummers richting PCHooft opstomen, dat zou pas een ramp zijn! Als schetengas [CH4] echt zo’n probleem is, dan zou ik - naast het terechte advies: “minder vlees, mevrouw” - eerder de aardgasketen vanuit Rusland lekvrij en de steenkoolwinning in China gasdicht maken. Misschien moeten we al die koeien maar meteen opeten, zoals een columnist voorstelde. Mogelijk kan Marianne ook iets doen aan de onderwater-scheetjes van die miljoenen zeehonden? Toch goed voor het klimaat dat de Inuit nog wat van die beestjes willen opeten – helaas stoten dierenfanatici deze laatste natuurvolken het brood uit de mond. Het begint mij te veel op het verschijnsel tunnelvisie te lijken, dit soort probleemanalyses vanuit één vast geloof. Het doet me denken aan allerlei duistere figuren, waaronder bekende vegetariërs die meer van hun hond dan van mensen hielden. Jeder Konsekwenz führt zum Teufel is een waarheid die ook bij milieu en klimaat in het oog gehouden moet worden. Goede bedoelingen alleen leiden tot ideologische blikvernauwing en tunnelvisies, die mensen juist belemmeren om de vele kleine stapjes te zetten (bijv. een Greenwheels of kleinere auto met minder pk’s nemen) die nodig zijn voor de grote verbeteringen die met inzet van allen bereikt moeten worden. Ik heb zelf geen auto nodig, en eerlijk gezegd heb ik er ook helemaal geen behoefte aan. En toch…ik loop er regelmatig tegenaan dat je zonder auto minder makkelijk kunt gaan en staan waar je wilt. Een vriend van me is onlangs vader geworden en die zou ik wel wat makkelijker willen kunnen bezoeken. Een paar weekenden terug stormde het lekker hard aan de kust en dan wil ik graag even uitwaaien. Of de mountainbike even lekker simpel achterin gooien en op de Veluwe gaan crossen (met de fiets bedoel ik he).
Op dat soort momenten ga ik me zitten afvragen wat voor auto ik nou zou kopen. Status, pk’s en acceleratievermogen vind ik niet interessant, de milieuprestaties staan voorop. De Smart ForTwo vind ik bijvoorbeeld een geweldig slim klein automobieltje (ik heb er alleen nog nooit in gezeten. Past iemand van ruim 190 cm daar in?). De dieselvariant heeft een CO2-uitstoot van –uit mijn blote hoofd- 88gram/km. Dát is nog eens laag. Maar ja…Smart heeft weer geen standaard roetfilter.
En eigenlijk word ik daar nogal moe van, steeds weer compromissen te moeten sluiten tussen ietsjes minder vies en nóg ietsjes minder vies. Waar blijft nou toch de écht groene auto? Het barst van de concepten en ideeën, wij werken er zelfs aan eentje, en wat er in de tussentijd hals over kop door oompje auto-industrie uitgebraakt wordt is voor 80% niks beter dan een zwarte auto met groene verf.
Komt daar bijvoorbeeld BMW met z’n Efficiënt Dynamics. Met veel bombarie kondigen ze een ‘revolutionaire technologie’ aan. Niks revolutionairs aan: die technologie heeft al jaren op een plank liggen verstoffen. Volkswagen had al jaren geleden een start-stop mechanisme, en heeft het bij gebrek aan succes weer terug op de plank gelegd. ‘Pas nu is de markt er rijp voor’, is het typische antwoord als je daar een opmerking over maakt. Daar word ik altijd een beetje boos van. De auto-industrie weet als geen ander hoe je een imago moet creëren en daar auto’s mee kunt verkopen. Met SUV’s slagen ze daar heel goed in, een stoere outdoor-auto die je hele leven veiliger maakt. Terwijl 50% van de SUV’s nooit de stad uitkomt en SUV’s aantoonbaar onveiliger zijn voor het verkeer rondom de auto. Kom op, oompje auto-industrie! Waarom zet je nou je beste been niet eens voor? Denk eens Cradle-to-Cradle, en bouw een auto die zonder compromissen schoon, stil en zuinig zijn. Je weet best dat je dat kunt. En verleid ons als argeloze consumenten eens om juist díe auto te gaan kopen. ‘Op sommige trajecten zou het minder vervuilend zijn om alle inzittenden een eigen Land Rover te geven.’ Laat de zin even rustig op u inwerken in de wetenschap dat het Britse treintrajecten betreft waar oude diesellocs rijden. De zinsnede stond onlangs in de Volkskrant en wordt toegeschreven aan de Britse minister van Transport. Hij moest vorig jaar erkennen dat dieseltreinen – en daar hebben ze er in Engeland nog heel veel van - waar het om milieu gaat, nou niet echt een alternatief zijn voor de auto. Een ander voorbeeld. Uit hetzelfde stukje Volkskrant: de supersnelle Eurostar-trein is CO2-neutraal. Dat toetert Eurostar stevig in het rond. Dat dat voor een belangrijk deel te danken is aan de stroom uit Franse kerncentrales vertellen ze er niet bij. De trein is dus lang niet altijd zo groen als wel beweerd wordt.
In Nederland is zo’n 70 procent van het spoor voorzien van een bovenleiding. De (elektrische) trein is hier in veel gevallen dus wel degelijk een milieuvriendelijker alternatief, voorzover de capaciteit van spoor en zitplaatsen toereikend is althans. Dat vindt BOVAG ook. En nee, dat is niet gek. We hebben de trein hard nodig om de fileproblematiek aan te pakken. Mooi dus dat Eurlings de portemonnee trekt om de capaciteit van trein en spoor te vergroten. Want investeringen in het openbaar vervoer én weginfrastructuur zijn hard nodig om de kolossale schadepost die de files vormen, te verminderen.
BOVAG is dus helemaal niet tegen de trein. Ook al zijn we erg vóór de auto. Én voor de fiets én voor de motorfiets. Maar we zijn vooral voor onbelemmerde mobiliteit. Da’s een verworven goed dat we met hand en tand moeten verdedigen. Al was het maar omdat de economie er op draait.
En in Groot-Brittannië? Laat ze daar eens beginnen om die oude dieseltreinen te voorzien van een goed roetfilter. Autofabrikanten kunnen de treinbouwers daar alles over vertellen.
Op een manier lijkt mechaniek en romantiek samen te kunnen gaan. Er is een groep mannen die liever naar een dubbele Weber carburateur kijkt dan naar de twee pluspunten van zijn vrouw. Met de komst van allerlei elektronische hulpjes in de auto hoor je deze groep dus ook steen en been klagen. Is dit ’Zeitgeist’ en zal deze elektronica straks ook een dweperige aanhang krijgen van mannen die dagelijks liefkozend de knopjes van hun ACC, LDW en EPS beroeren?
Ik hoop het wel. In mijn vorige webartikel betoogde ik al dat de echte groene revolutie zal moeten komen van innovaties die voor de consument iets betekenen, een verschil maken. Intelligente voertuigen zouden wel eens een flinke duit in dat zakje kunnen doen. Als je denkt aan de sociale problemen van automobiliteit dan denk je natuurlijk aan files en verkeersveiligheid. Met de huidige stand van de techniek is het mogelijk om deze problemen extreem terug te dringen. Daar moeten we twee dingen voor doen. Ten eerste moeten we de echte problemen van het individu (de consument) benoemen. Ten tweede zullen we op zoek moeten naar de romantiek van de elektronica. Wat is, zo bezien, dan het probleem van een file? Het feit dat je niks anders doet dan in een file rijden maakt filerijden tot een probleem. Ook de onvoorspelbaarheid, die alleen maar zal toenemen met het aantal auto’s, is problematisch. Maar als je in de file je email kunt beantwoorden en aan de telefoon kan meeschrijven met een klant, zou er eigenlijk nauwelijks een probleem zijn. Je tijd is ten slotte nuttig besteed, zeker als de vertraging voorspeld werd en je op tijd op de plek van bestemming arriveert. Je kunt in deze optiek een auto bedenken die zichzelf bestuurt. Dit zou je een dienst kunnen noemen om je werkdag beter te besteden. Je auto wordt een bewegend kantoor. Al in de jaren ’80 was dit technisch haalbaar. En zeker in de file kan dit al met systemen die in de Mercedes S, de Citroën C4 en de Volvo V70 zitten. Met deze systemen heb geen extra eisen aan de infrastructuur. Het levert mogelijkerwijs ook nog eens een betere doorstroom op met een hogere capaciteit van het wegennet als gevolg. Met deze systemen is er nog een uitdaging. Jos Thalen is bij de Universiteit Twente betrokken bij het onderzoeken en ontwerpen van een integraal intelligent systeem voor in auto’s. Hij liep op dat moment met het probleem genaamd ’acceptatie’. Uit onderzoek bleek dat veel van de beschikbare intelligente systemen heel prima presteerden op het gebied van veiligheid en comfort. Het grote probleem was dat mensen simpelweg de controle over hun auto niet willen weggeven aan een ’systeem’. Maar dat is wel nodig om zulke systemen goed te laten functioneren. En daar komt de romantiek. De kern van de oplossing van het acceptatieprobleem lag volgens Jos in de manier waarop elektronica zich manifesteert. Nu zijn dat schermpjes en knopjes, iets wat wij niet automatisch begrijpen. Jos heeft de elektronica een gezicht gegeven, een artificieel gezicht dat met je meekijkt als je rijdt en zich omdraait om je met uitdrukkingen van advies te voorzien. Getuige onderzoek met de Aibo van Sony, een artificieel hondje, heeft dit een goede kans van slagen. Mensen deelden emoties met het hondje en waren zichtbaar ontroerd toen hij weer weg moest. Ze wilden ook geen andere, ze waren gehecht geraakt aan de nukken van dat ene elektronische brein. Het zou mij niks verbazen dat deze manier van omgaan met intelligente systemen er straks voor zorgt dat wij onze auto vertrouwen. Sterker nog, ervan gaan houden zoals mannen nu van Weber carburateurs houden. Vervolgens kunnen deze systemen een hoop problemen op een duurzame manier verminderen. Ik vraag mij af of rekeningrijden net zulke tevreden klanten zal kennen. Links: http://www.vpro.nl/programma/detoekomst/afleveringen/26435176/ http://www.fridayafternoon.org/wiki/index.php/Road_Assistant Mijn eerste auto was al groen, of iets tussen grijs en groen in, want ik ben ‘n beetje kleurenblind. ‘t Was een Citroën Ami 6 Break uit 1965, die ik in 1971 voor 250 gulden van een vriendin overnam, omdat zij geen zin had in sleutelen. Vanuit CO2-optiek bezien was het echt een “groene” auto, want ik haalde soms 1 op 19, ongeveer gelijk aan de 120-/130 gram CO2-norm die de EU binnenkort invoert! Met een gewicht van circa 650 kilo, met twee cilinders en 25 pk en toch veel ruimte en comfort een toonbeeld van downsizing “avant la lettre”. Een auto met ingebouwde snelheidsbegrenzer met 70 decibel vanaf 100 km/uur en een top van 105 - mijn vier kleine snelheidsboetes tot nu toe kreeg ik pas op latere leeftijd. Die Ami had geen airco nodig, want dankzij grote gaten in de vloer en deuren die in bochten spontaan open gingen was er volop ventilatie. Met slooponderdelen en polyester heb ik dat luxe broertje van de Eend twee jaar bij elkaar en aan de gang gehouden en daar heerlijke wildkampeer-vakanties tot in Zweden mee beleefd. Dankzij laag gewicht en lange veerwegen overwon deze voorwielaandrijver menig zandpad en ruw terrein. In geluksbeleving en maatje-gevoel gemeten verslaat zo’n eerste roestbak uit je jonge-jaren-zonder-geld elke zoveelste supersportwagen wanneer geld geen rol meer speelt! Je leert er ook veel beter door rijden, want met halve remmen heelhuids uit Polen via de Autobahn in Nederland terugkomen vergt de ultieme vorm van anticiperend rijden. Helemaal opgereden bracht ik met weemoed mijn eerste auto naar de sloper, die er nog 50 gulden voor over had. Voor die prijs kocht ik een afgeschreven Dyane, een jaar later nam ik de SAAB 96 van mijn vader over, ook die schadevrij opgereden - had ik die maar bewaard als oldtimer! - toen weer terug naar Citroën voor een 2CV6 en een jonge Dyane 6 met al 30 (!) pk uit 602 cc, waar ik nog eens een klapcaravan achter gehangen heb. Mijn Citroëns waren allemaal tevreden met één litertje super per 16 á 19 kilometers.
In 1985 voor het eerst - en voor het laatst - een nieuwe (gezins)auto gekocht, een blauwe BX14, de basis-uitvoering (65 pk/4-bak) van 19.900 gulden, die qua ruimte en comfort meer bood dan welke auto ook in de Golf-klasse. Deze BX is vele malen in autorubrieken geportretteerd, omdat ik haar met gemiddeld 1 op 16 en uitschieters van ruim 1 op 19,5 tijdens vakantietochten - mét imperiaal en kano - onweersproken tot de zuinigste benzine-BX van Nederland gebombardeerd had. Kwestie van nooit alle pk’s gebruiken en een econometer van 25 gulden. In Klokje Rond in 2003 bleek dat je zo’n alom onderschatte Franse middenklasser heel gezond heel oud kunt laten worden dankzij goed onderhoud en Het Nieuwe Rijden en dat ook nog eens met minimale kosten (19 euroct/km all-in volgens een NRC-autokostenonderzoek). Die BX, waarmee nooit korte stadsritjes gereden werden, is na twintig jaar en 335.000 km ergens in Frankrijk een tweede leven begonnen in handen van een echte liefhebber/sleutelaar. Voor mij een troostvolle gedachte. Maar groen was die auto dus niet, zo zonder katalysator (die zat in 1985 nog op geen enkele auto).
Tegenwoordig kan ik ze niet meer bijbenen, al die “schone, zuinige, stille, duurzame, milieuvriendelijke of groene” auto’s; ik erger me groen en geel aan zulke window dressing. Ik ben, kritischer geworden door harde testcijfers en praktijkervaringen, bewust kleurenblind voor elke claim vanuit de autobranche, landbouwlobby of milieuclub voor hun “groene” product, brandstof of geesteskind als zou die echt schoon of “klimaatneutraal” zijn. Eerst in de praktijk testen, dan geloven. Er bestaan dus geen “schone” of “groene” auto’s, net zo min als “veilige” auto’s, “klimaatvriendelijke” treinen of “stille” vliegtuigen (zweefvliegtuigen uitgezonderd, uiteraard). Alleen fietsen zijn groen.
Toen ik nog bij VROM werkte heb ik vaak nota’s geschreven met termen als schone auto of “duurzaam” verkeer. Ik kan dat soort woorden niet meer over mijn lippen krijgen sinds ze - vooral te onpas - door allerhande belangengroepen gebruikt worden. De media, politici en ook minister Cramer maken er helemaal een potje van door “schoon” en “zuinig” steevast door elkaar te halen. Maar ook de StopBos -campagne gaat te kort door de bocht door diesels als schoon en als redding voor het klimaat af te schilderen. Ook met een zelfreinigend roetfilter - prima uitvinding, bravo PSA! - is een moderne diesel vuiler dan een moderne benzineauto wat betreft de NOx-uitstoot, die bij diesels bijna even hoog is als bij mijn oude BX.
Daarom heb ik twee jaar geleden via Marktplaats toch maar een nieuwe BX14 (met geregelde katalysator, uiteraard) aangeschaft, eentje uit 1993 met 143.000 km en volledige onderhoudsgeschiedenis. Een Xantia zuipt me te veel en een C5 is me te groot en te duur in onderhoud. En zo rijd ik voor 500 euro weer als nieuw en hydropneumatisch verder met een gemiddeld verbruik als van een diesel. Ik haal met deze 870 kg/75 pk/5-bak BX gemiddeld zelfs 1 op 17, ondanks wat vlotter rijden, maar met (nog) minder toeren dan vroeger. Deze zomer toerend door Frankrijk 1 op 19,3 gehaald, een bergrit door Zwitserland werd met 1 op 15 gestraft (?), waarna een vlotte Autobahnrit 1 op 17 opleverde: mijn veertien jaar oude BX doet het nauwelijks slechter dan het praktijkverbruik van een Prius. Waarmee ik maar wil zeggen dat elke auto zo groen is als z’n berijder.
Omdat ik wel van “echte” duurzaamheid houd heb ik mijn nieuwe BX - net als de oude - door Van Egmond een Dinol antiroestbehandeling laten geven, want ook met deze Citroën wil ik weer oud worden. Oude liefde roest niet… Enige weken geleden was ik te gast op de Dag van Maarssen. Een dag voor innovatie en duurzaamheid, een initiatief van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Ik stond in een prachtige tot eventlocatie omgebouwde veevoederfabriek op een braderie met schitterende projecten. Ik zag minister Camil Eurlings met daadkrachtige oproepen en er werden mooie convenanten getekend, maar ik zag verdacht weinig Maarssenaren…
Het ministerie had gevraagd of ik op het podium in de centrale zaal mijn mening wilde geven over de volgende stelling: Welk middel is het meest effectief om de Nederlander in een schone auto te krijgen? Ik kreeg een microfoontje op en werd naast Astrid Joosten op het podium gezet. Daarna werd de stelling aan de zaal vol experts voorgelegd, die met een hightech druk op de knop massaal op belastingvoordeel voor schone auto’s stemde! Niet echt een verrassende uitslag, want geld is het belangrijkste criterium bij de aanschaf van een nieuwe auto. Maar is dat genoeg?
Ik schraapte mijn keel, keek La Joosten in de zoete begripvolle ogen en sprak, onder instemmend geknik van de zaal, enkele motiverende woorden over een prachtige coalitie voor duurzame mobiliteit die er komt en alle communicatieve reikwijdte die wij daarin hebben, de kansen en inspanningen die wij gaan doen om Nederland een schone auto in te krijgen. Maar toen ik de zaal rondkeek, bekroop mij het gevoel dat we iets vergaten. Ik hoorde de hele dag de kreet ‘we moeten de markt in beweging krijgen’, ambtenaren, universitair docenten en NGO management buitelden over elkaar heen om ‘de markt in beweging te krijgen’! Ik meen mij te herinneren dat de markt iets met aanbod én vraag te maken heeft. Aan aanbod (innovaties, technologie, programma’s, bureaus en universiteiten) was geen gebrek op de Dag van Maarssen, maar waar was de vraag? Met andere woorden: waar was de consument?
Er waren projectmanagers die vol trots naar hun eigen project stonden te kijken, er werden inspirerende convenanten getekend die al maanden geleden waren aangekondigd en een hele zaal vol experts die allemaal voor belastingvoordeel op schone auto’s stemde. Ik was in mijn kerk, tussen mijn parochiegenoten en er werd gepredikt voor ons, de discipelen, door de hogepriesters van de Duurzaamheid. Wij werden gesterkt in ons geloof! Maar in de Kathedraal van de Duurzaamheid was geen enkele Maarssenaar te vinden. Voor de Maarssenaar was het een dag als alle andere: de stoplichten sprongen op rood en groen, Bonusaanbiedingen liepen af, post werd bezorgd… Het leven van de Maarssenaar kabbelde gewoon door. Hij (of zij) kwam niets te weten over Luna Solar Racer van Nuon, hij mocht niet naar de Parallelle Sectorale Sessies om kwart voor elf, hij wist niet dat de Auto van de Toekomst gaat rijden en de Projectenbraderie noch de acceleratiekamer was niet voor hem.
Iedere kerkleider weet dat het zaak is de burger in zijn kathedraal te krijgen en te laten zien wat voor prachtigs daar te halen is. Zonder die massa is een geloof ten dode opgeschreven. Net als de rest van Nederland zijn Maarssenaren over het algemeen een slim en kritisch volk dat niet zomaar in de buidel tast voor zaken die anders zijn dan ze gewend zijn. Ze gaan niet zomaar een schonere auto kopen, omdat wij dat zo’n goed idee vinden. Zij moeten een verdomd goeie reden hebben om dat te doen en het begin van die reden lag in Maarssen. Ik hoor zo vaak dat we ‘de overheid dichter bij de burger moeten brengen’ en dat ‘we met z’n allen het klimaatprobleem oplossen.’ Maar de groene zaak was aanzienlijk meer geholpen als er vijfhonderd Maarssenaren op hun Dag van Maarssen waren uitgenodigd. Dan hadden we zeker vijfhonderd zieltjes gewonnen. In Europa woedt een verhitte strijd - de toekomst van de Europese autoindustrie staat op het spel - rondom nieuwe Europese targets voor de CO2-uitstoot per gereden kilometer. Niet verbazingwekkend, aangezien tegenwoordig zo ongeveer alles wat een mens kan of wil doen aan CO2 wordt gerelateerd. Maar wat is er eigenlijk mis met onze goede oude kilometers per liter?
Ultrazuinige VW Lupo 3L TDI
Al decennia wordt er - Europa voorop - keihard gewerkt aan steeds energiezuiniger auto’s. Niets nieuws onder de zon! Jaren voor de klimaathype aanzwol, lanceerde VW trots het ’dreiliterauto’, een ultrazuinige VW Lupo 3L TDI. Op de website van het gerenommeerde Duitse dagblad Die Zeit vindt je een schitterend verhaal over deze auto die ontstond ten tijde van de rood-groene coalitie en die ook met deze politieke constellatie weer ten onder ging.
Verzichtsfahrzeug
De Duitse taal bezit fraaie woorden voor alles wat met auto’s te maken heeft. Rondom de geflopte drieliterauto duikt steeds het woord ’Verzichtsfahrzeug’ op. Kennelijk is het een soort scheldwoord dat de auto die ermee aangeduidt wordt een snelle gang richting schroothoop van de geschiedenis voorspelt. De Lupo 3L TDI had geen airco en geen electrische ramen. Want dan was het gewoon een 4L geworden. Hebben wij Calvinistische Nederlanders minder moeite met die term, die letterlijk vertaald zo iets als "auto-met-minder" betekent? Kunnen wij eerder dan de Duitsers afstand doen van de "Genussfahrzeuge"?
Moralistisch
Het ziet ernaar uit dat Calvijn de komende jaren aan zet is. De Europese Unie broedt op draconische normen voor de CO2-uitstoot per kilometer. Volgen dit opiniestuk in de Detroit News zou het de doodsteek kunnen beteken voor de Europese producenten van luxe-auto’s zoals Jaguar, BMW en Mercedes. CO2 trekt de integere dicussie over energiezuinigheid een vervelende moralistische kant op.
Vrije keuze
Kilometers per liter, liters per kilometer of ook kWh/km stellen mij voor een open en vrije keuze: Wil ik besparen op mijn benzineuitgaven? Wil ik eraan bijdragen dat de olievoorraden minder snel opraken? Of wil ik gewoon een grote auto? Wil ik een rallye winnen? Een snelheidsrecord vestigen of met een paardentrailer rondrijden? Allemaal legitieme keuzes zonder opgeheven vingertje.
Nog 20 jaar geduld
CO2 is de toverformule van de bekeerden, van de mensen die niet meer kunnen en willen afwachten totdat de wetenschap uitsluitsel geeft over de belangwekkende vragen over het verband tussen CO2 en klimaat. Het zijn de volgers van de tovenaarsleerling Al Gore, die al weten wat niet eens waar is: dat CO2 de grootste vervuiling allertijden representeert. Welnu, in de letterlijke zin van het woord is CO2 allerminst "vuil": het is schoon, kleurloos, reukloos, doet geen vlieg kwaad en laat planten en bomen sneller groeien. Wat er ook wordt geroepen, het is nog niet bewezen dat door mensen uitgestoten CO2 bijdraagt aan een warmer klimaat. Het zou kunnen, het zou ook niet kunnen. Nog 20 jaar geduld aub! Praktische niet-moralistische maat
Ondertussen is het van harte toe te juichen, dat de innovatie in de autoindustrie hoogtijdagen viert. Laat de hybrides, biofuel, waterstof aan de pomp en wat dies meer zij maar komen. Onze goede oude kilometers per liter, de internationale liters per 100 kilometer of miles per gallon, lijken nog steeds een nuttige niet-moralistische maat (die ook eenvoudig correleert met kg CO2/km). Waterstofverbruik en biofuel verbruik wil je eigenlijk ook gewoon in liters weten, want je staat straks toch weer te tanken. Voor electrische auto’s die je oplaadt met een stekker in de muur of nog mooier - zonneauto’s - lijkt kWh/km de aangewezen praktische maat.
Boycotten?
Moeten we ondertussen het meten in CO2/km boycotten of doodzwijgen? Nee hoor, sommige dingen zijn zoals ze zijn. Het is de tijdgeest. Het is een maat die wel degelijk een indicatie geeft voor energiezuinigheid - hoewel je weer niet meerekent hoeveel CO2 er wordt uitgestoten tijdens het productieproces. Dat de mondiale politiek en de Europese Unie zo sterk meegaan in de CO2-hype is een bedenkelijke zaak, maar for the time being moeten we ermee (leren) leven. Ik werk voor een milieuorganisatie. Aan de universiteit heb ik een milieuopleiding gevolgd. Tijdens m’n studententijd hield ik me bezig met allerlei groene groepen en initiatieven. Mijn beste vakanties waren kampen waar je in de natuur aan het werk ging. In Nederland. Ik pak het vliegtuig niet zomaar, heb in het hele huis spaarlampen en scheid mijn afval zorgvuldig. Een auto wil ik niet en hoef ik niet; fiets en NS kortingkaart zijn voor mij genoeg.
En nu word ik ineens uitgenodigd om te bloggen op een autosite! En dat vind ik werkelijk fantastisch, want het is een duidelijk teken dat Autowereld en Milieuwereld niet meer zo ver uit elkaar liggen als vroeger.
Er gebeurt van alles spannends in Autowereld, wat ik op de voet volg. Niet met pk’s, cilinders, kleppen, of het aantal seconden tussen 0 en 100 km/u. Dat is onbelangrijk geneuzel waar ik niet warm of koud van word. Waar ik wél op kick zijn auto’s met slimmigheden waarmee je makkelijker in de stad je weg vindt, een automatische piloot, of revolutionair simpele uitvindinkjes waar je brandstof mee bespaart. Zo’n Volkswagen Lupo bijvoorbeeld. Niet de mooiste auto ter wereld, maar z’n tijd (helaas) ver vooruit met onder andere een start-stop mechanisme. Of nieuwe conceptauto’s als de Volkswagen Up, de Toyota 1/X of de Opel Flextreme (hoewel de CO2-prestatie van die laatste nog wel een beetje vaag is…). Of het échte neusjes van de zalm: de Tesla Roadster, of de Toyota Alessandro Volta. Een beetje het midden tussen conceptcar en handgemaakte productieserie. Een glimp in de toekomst, die hopelijk wél een tikkie compacter en praktischer zal zijn, maar wel net zo mooi, vloeiend en innovatief als de concepten van nu. En vooral een stuk milieuvriendelijker dan wat er vandaag op de weg rijdt! Bloggen op een autosite dus. Ik denk dat ik best wat zinnigs kan melden. De lezersreacties op de blogs van Autoweek.nl zijn soms echter niet mals. Als je daar een groene gedachte uit, word je regelmatig beschimpt als ‘milieuradicaal’. Daarom vind ik dit als milieu-mens wel erg spannend.
Hey lezer, hier staat iemand die zijn keuzes misschien anders maakt dan jij. Met het milieu voorop in plaats van in z’n achterhoofd. Vind je mij daarom een milieuradicaal, een groen gedrocht, een geitewollensok, een linkse terrorist, een spaarlampfreak, een autohater? Kom maar op dan. Ik daag je uit om ze er hier en nu in één keer uit te gooien. Laat dat lezerscommentaar maar komen! Dan hebben we dat tenminste gehad, en kunnen we daarna weer gewoon verder praten. Onlangs heb ik via internet een boek besteld, “Cool It!” van de Deen Bjørn Lomborg. Een erg interessante paperback waarin Lomborg de gekte rondom klimaatverandering relativeert. Een aanrader. Maar daar gaat het hier nu niet over. Ik wil het hebben over de manier waarop dat boekje bij mij in huis is gekomen.
Ik bestelde het boek bij een internet-boekhandel. Da’s ontzettend 2007. De volgende dag (ik had toevallig een ATV-dag) reed er bij mij een grote bestelbus de straat in en stopte voor mijn huis. De bestuurder haalde uit de (bijna lege) bus een pakketje en belde bij me aan. Na het zetten van een handtekening kreeg ik het boek en ging de chauffeur er weer vandoor met z’n grote bus. Geweldig, binnen 24 uur had ik m’n bestelling in huis.
En wat als ik niet thuis was geweest? Dan was de chauffeur de volgende dag nog een keer langs gekomen. De service lijkt welhaast grenzeloos.
Razendsnel je spullen in huis, dat het allemaal kan is leuk. Alleen de bezorging baart me zorgen. Er wordt al druk geëxperimenteerd met bestelbussen op waterstof, maar dat is nog toekomstmuziek. Die (bijna lege) bestelbus met mijn boek heeft brandstof nodig en stoot ook nog wat uit. Ik zou het geen probleem vinden wanneer het boek niet binnen 24 uur maar binnen een week bezorgd zou worden, had de chauffeur het ritje misschien kunnen combineren met een pakketje voor één van de buren. Of waarom is het niet gewoon met de postbode meegegeven? Die loopt tenslotte toch al iedere dag door m’n straat. O, en wanneer dit soort bijna lege bussen wat minder zou rijden, scheelt dat ook nog mooi in de filedruk.
Ik verlang absoluut niet terug naar de tijd van de postkoets, maar geef mensen een keuzemogelijkheid om aan te geven dat ze ook wel eens geen haast hebben. Dat lijkt me een stuk groener op weg. |
| Laatste weblogs |
- 21-07-10Mijmeren over CO2-vermijding
- 28-06-10De mijne is 300 pk lang
- 09-06-10Saab 92mini: groene auto van
- 23-03-10Ervaringen van een filerijder
- 23-02-10Toyota en IPCC, kras, deuk of gate?
- 18-12-09Boer of wind
- 12-11-09Laadpaalbezetting
- 28-10-09Dit willen we meer zien! Nou ja...
- 28-10-09Niet van dat halfslachtige!
- 04-08-09In het land der blinden...
| Laatste reacties |
- Juantje (Ervaringen van een filerijder)
maakt niet zoveel uit, zolang ik het maar niet in de trein... - chrisnobel (Laadpaalbezetting)
Daar kun je met betalingssystemen voor zorgen. Waarom de... - Pooly (Waar blijft de écht groene auto?)
@marcel stappers inderdaad de echt groene auto is de mens... - Pooly (Waar blijft de écht groene auto?)
@marcel stappers inderdaad de echt groene auto is de mens... - Drs. ing. André Van Dijk (Waar blijft de écht groene auto?)
Dear reader, GO TO www.IkBenEenSmart.NL - R de Kraker (Mooi tuk)
't zal aan veel factoren kunnen liggen, maar ik zie ze...
| Weblogcategoriën |
rss




















