|
|
Weblogs: AlgemeenOp diverse fora discussiëren mensen (van links tot rechts en van wereldverbeteraar tot wetenschapper) tot in den treuren over vergelijkingen van de well to wheel CO2-uitstoot van elektrische auto’s en auto’s met een verbrandingsmotor. Doe wat je niet laten kunt. Zelfs autofabrikanten proberen met dit soort vergelijkingen hun elektro-activiteiten naar het publiek toe te rechtvaardigen. Wie er in geloven wil mag dat van mij. Maar mijns inziens gaat het bij de elektrische auto helemaal niet om CO2.
Nee, als het speerpunt van de elektrische auto al z’n uitstoot (of eigenlijk het ontbreken daarvan) is, dan is het omdat elektrische auto’s zelf geen schadelijke stoffen zoals fijnstof en NOx het trottoir op blazen. Maar goed, als je weet wat er dertig jaar geleden uit een uitlaat kwam en wat er nu nog uitkomt (en vooral wat er straks met Euro 6 nog uit mag komen), dan valt het met de verbrandingsmotor tegenwoordig ook wel mee.
Allemaal mooi, het belangrijkste punt van de elektrische auto is dat je er mee in staat bent om er onafhankelijk van olie mee te rijden. Met een gewone auto kom je niet ver meer wanneer om wat voor reden dan ook de olie niet meer beschikbaar is (te duur, schurkenstaten die de kraan dicht draaien of gewoon op). Bij een elektrische auto maakt het niet uit of de elektriciteit uit een centrale komt die op fossiele brandstof werkt of dat het elektriciteit is van wind uit de Noordzee, zon uit Afrika of water uit Noorwegen. Die auto rijdt er zonder enige aanpassing net zo makkelijk op. Ik denk dat dat uiteindelijk de grote kracht van de elektrische auto is.
Als je al elektrische en conventionele auto’s well to wheel wilt vergelijken, doe dat dan niet op basis van CO2, maar kijk naar het energieverbruik. Dan kun je zien hoe lang de verbrandingsmotor nog mee kan. Zoals eerder gemeld hebben elektrische auto’s mijn sympathie, ondanks dat er nog wat nadelen aan kleven zoals een beperkte actieradius. Maar bij het zien van de specificaties van de Mercedes-Benz SLS AMG moet de lol die je kunt beleven wel heel erg groot zijn wil dat de beperkte actieradius compenseren.
De vier elektromotoren (elk wiel z’n eigen exemplaar) van deze beul met vleugeldeuren kunnen gezamenlijk 533 pk produceren oftewel 392 kW. En nu weet ik wel dat niemand continu het maximum vermogen aan zal of kan spreken, maar stel dat je de gelegenheid toch krijgt, dan is het snel uit met de pret. De drie accupakketten van elk 16 kWh (bij elkaar dus 48 kWh) zijn leuk voor een stadsrit, maar wie er volle bak tegenaan gaat is er zo doorheen, om precies te zijn na 7 minuten en 20 seconden. Reken even mee: 48 kWh / 392 kW = 0,122 uur en 0,122 x 60 minuten = 7,347 minuten oftewel 7 minuten en 20 seconden. Geen idee hoe hard je dan gaat, daarover rept het persbericht niet, maar heel ver zal je dan niet komen. Na een aantal testritten met verschillende modellen heeft de elektrische auto mijn sympathie, de acceleratie is over het algemeen indrukwekkend en de reactie op het gaspedaal is ook beter dan bij de gemiddelde auto met verbrandingsmotor. Desalniettemin ben ik de eerste om toe te geven dat er ook de nodige haken en ogen aan het elektrische voertuig zitten: wanneer straks de eerste elektrische auto’s in het straatbeeld verschijnen, hebben die vaak nog een beperkte actieradius. Na zo’n 200 kilometer houdt het wel op. Met de uren durende laadtijd is dat niet echt ideaal voor een vakantierit naar de Middellandse Zee. Maarrr... om hiermee de elektrische auto een kansloze toekomst te toe te dichten, dat gaat te ver. Te veel wordt er naar de elektrische auto gekeken als vervanger van álle auto’s en dan zie je terecht beren op je weg.
Laten we wel reëel blijven, er zijn meer auto’s die niet echt geschikt zijn voor een vakantie naar Zuid Frankrijk. Net zo min als een elektrische auto is bijvoorbeeld ook een Smart Fortwo geen alternatief waar een doorsnee gezin drie weken mee naar het zonnige zuiden kan. Sterker nog: al ben je met z’n tweeën dan zou ik bij een tocht naar de Côte d' Azur met een stadsautootje graag na iedere 200 kilometer een halve dag willen pauzeren om de benen te strekken en de rug te rechten.
Aan de andere kant zijn er ook genoeg auto’s die zich prima laten vervangen door een elektrische variant. Wanneer ik dicht bij huis kijk, dan denk ik aan de lease-auto van mevrouw Kit. Die ruime middenklasser bewijst z’n diensten trouw voor woon-werkverkeer, boodschappen en kleine familie-uitstapjes. Dat zou allemaal zonder beperkingen prima elektrisch kunnen. Ik zie dan ook geen reden waarom deze auto aan het eind van de leasetermijn niet vervangen zou kunnen worden door een Samsung SM3, Coda EV of wat er nog meer voor fraais gaat komen. Ik maak me zorgen. Zorgen over de kennis en kunde van klimaat en milieu bij mensen van wie ik mag verwachten dat ze weten hoe het zit, althans die er voor betaald worden. Natuurlijk, niet iedereen hoeft er doctorandus of ingenieur in te zijn. Maar als je er uit hoofde van je functie mee te maken hebt, mag ik toch hopen dat je je er toch in elk geval een heel klein beetje in verdiept hebt. Al zouden deze mensen alleen maar weten dat klimaat niet hetzelfde is als milieu of dat CO2 heel wat anders is dan roet of stikstofoxide.
Maar helaas, stadsbestuurders roepen met het grootste gemak dat CO2 zorgt voor luchtvervuiling. En vervolgens baseren ze daar hun beleid op. Pure onkunde, en het zou nog niet zo erg zijn als ze van mensen die het wel weten zouden aannemen dat het niet klopt. Maar nee, er wordt ze geen strobreed in de weg gelegd. En het publiek neemt maar aan dat het allemaal zo is.
De auto-industrie weet dondersgoed waar ze mee bezig is, ze moet tenslotte zorgen dat de auto’s aan de - steeds strenger wordende - eisen voldoen. Nu groen helemaal hot is, roepen de persvoorlichters maar al te graag van de daken wat voor eco-auto’s ze hebben. Maar helaas ergens in de communicatieketen gaat het mis. Persberichten waarin een lage CO2-uitstoot als reden voor het halen van Euro 5-normen worden genoemd of waarin het broeikaseffect dankzij roetfilters een halt toe geroepen wordt, het komt helaas allemaal voorbij. En het erge is, er zijn genoeg journalisten die het vervolgens klakkeloos overnemen.
Het valt de consument dan ook niet of nauwelijks kwalijk te nemen dat het hem een worst zal zijn. Victor Papanek is de luis in de pels van de ontwerper. In zijn
boek ’design for the real world’ rekent hij genadeloos af met de
consumptiemaatschappij. Na reclamemakers zijn ontwerpers de grootste
slechteriken. Ontwerpers laten mensen behoeften krijgen die ze nog
niet hadden.
En bedankt.
Toch kan ik me niet aan dit gevoel onttrekken. Ik kreeg eens
college van een man die voor merken als Coca Cola, M&M’s en
Disney van die goedkope plastic wekkers met Disneyfiguren ontwierp.
Hij vertelde dat hij netjes alle geleerde methodes toepaste om zo
goedkoop en efficiënt mogelijk te produceren. Denk bijvoorbeeld
aan het gebruik van een klikverbinding in plaats van een schroefje.
De productie van deze prullaria vind natuurlijk plaats in China. En
tot zijn stomme verbazing kwamen de producten doodleuk terug met
schroefjes in plaats van klikverbindingen. Na een bezoek in China
werd hem duidelijk dat het goedkoper was om een groepje ’kinderen’
met schroevedraaiers in te zetten dan een iets ingewikkeldere matrijs
te maken.
Als ontwerper leef je tussen al dit soort problemen. Waar je aan
de ene kant winst haalt, verlies je aan de andere kant. Het is zelfs
zo dat gedurende het spel de spelregels continu veranderen. Was het
een jaar geleden nog een goed idee om op biobrandstoffen te rijden,
blijkt het nu een wassen neus.
Toch denk ik dat het mogelijk is om consequent een duurzame auto
te ontwerpen. We moeten dan omgekeerd denken en redeneren vanuit de
wereld om de consument heen. Laten we daarom de proef op de som nemen
met de volgende ontwerpopdracht:
Ontwerp de nieuwe Toyota Prius
Bijgaand treft u een eerste schets hiervoor. Vertel me wat u ervan
vindt. Vertel me wat er anders moet aan een duurzame gezinsauto. En
laten we beginnen bij het begin:
Laat het me weten door een reactie te plaatsen. De plannen van Amsterdam om oudere auto’s uit de stad te weren hebben veel fijn stof doen opwaaien. In automedia vooral grof stof en boze reacties van verstokte autofanaten. Eurlings voelt weinig voor een milieuzone. Amsterdam is de eerste gemeente die luchtkwaliteit met een gewaagd pakket maatregelen dat de burger direct raken aanpakt, bravo! Wel heeft het na de inspraakronde de plannen bijgesteld en - terecht - de grens niet meer gelegd bij de leeftijd van een auto (voor 1992) maar bij de technische uitrusting, namelijk wel of niet met geregelde katalysator, roetfilter of Euro-klassering. De belangrijkste winst komt echter van de maatregelen tegen oudere vracht- en dieselbestelauto’s, die de grootste bron van fijn stof en NOx-emissies vormen, maar dat raakt de burger niet. Doordat ook de oldtimers ontzien worden neemt het aantal auto’s dat vanaf 2009 uit Amsterdam geweerd gaat worden met duizenden af. Ik vind het niet verstandig van de wethouders Herrema (Pvda) en Vos (GL) om aan een totaal verbod voor de overige oudere diesels en auto’s zonder katalysator vast te houden, nu dat aantoonbaar steeds weinig milieuwinst oplevert. Nu het rendement ervan ook niet exact door Amsterdam kan worden berekend, lijkt het erop dat de wethouders aan symboolpolitiek doen en een Prinzipiënstreit met het kabinet aangaan. Een verbods- en sloopregeling wordt ingewikkeld en kan sociaal onrechtvaardig uitpakken. De uitvoering en handhaving worden duur en arbeidsintensief, kortom een boel bureaucratie voor weinig milieuwinst! Herrema en Vos versterken daarmee de gemakkelijke reactie (in de Telegraaf!) dat “links weer aan autootje pesten doet”, terwijl er wel groot draagvlak is voor andere maatregelen. Amsterdam overschat het milieurendement van een verbod met het argument dat er relatief veel oudere auto’s rondrijden. Dat bewijst nog niet dat zij een groot aandeel in de overschrijdingen van de luchtkwaliteitsnormen hebben. Die vinden namelijk vooral plaats op en langs de drukste routes en de A10, niet in de woonstraten. Oudere auto’s in handen van lagere inkomens worden veel minder gebruikt dan jonge (diesel)auto’s in handen van middelbare inkomens. Auto’s zonder katalysator stoten vooral veel koolwaterstoffen (CxHy) en CO uit; daarvoor zijn geen Europese normen in het geding. Wie langs verkeersriolen als de IJtunnelroute of Amsteldijk gaat turven zal daar in de spits heel weinig oude auto’s aantreffen. Oudere auto’s dragen dus veel minder aan de overschrijdingen van NO2 en fijn stof bij dan Amsterdam aanneemt. Op de A10 en doorgaande wegen bepalen vooral de vrachtauto’s, bestelauto’s en jongere diesels (leaseauto’s!) het beeld; zíj veroorzaken de normoverschrijdingen want diesels hebben veel hogere NOx- en deeltjesemissies dan benzineauto’s met geregelde katalysator. Uit het onderzoek dat VROM liet doen blijkt dat er pas substantiële verbetering van de luchtkwaliteit optreedt als je zowat de helft van het verkeer uitbant….. Dáár wringt de schoen, sinds tijdens Paars2 het - moeizaam bevochten - progressieve verkeersmilieubeleid van de VVD-ministers Nijpels en Kroes, die de groei van het autogebruik wilden afremmen om de milieudoelen te halen, door Tineke Netelenbos naar de schroothoop werd verwezen. De wrange vruchten van haar on-zin “mobiliteit is fun” en van het gebrek aan politieke moed bij de PvdA onder Paars2 mag Amsterdam nu plukken. Helaas zien zowel Amsterdam als Cramer en Eurlings enkele zeer effectieve maatregelen over het hoofd die de luchtkwaliteit wel kunnen verbeteren zónder een rijverbod, terwijl de CO2-emissies en geluidhinder daardoor ook afnemen. Recente onderzoeken van TNO Automotive, waar beide ministeries zelf opdracht voor gegeven hebben, tonen namelijk aan dat de rol van het rijgedrag van bestuurders en de snelheid van een auto veel meer bepalend zijn voor de uitstoot van NOx en fijn stof dan bijvoorbeeld het verschil tussen Euro 2 en Euro 4. Dergelijke uitkomsten hebben al geleid tot instelling van 80 km-limieten op onder andere de A13 bij Overschie en op de A10 West. De gemeten verbetering van de luchtkwaliteit op die plaatsen zou ertoe moeten leiden dat ook op de A10 Zuid en Oost 80 km/uur de limiet wordt. Het voorstel van Eurlings om de 80 km-limiet te variëren (lees: verhogen) om het geringe tijdverlies van weggebruikers te verminderen, geeft juist nu een verkeerd signaal. Maar ook in de stad en op 50 km-wegen kan door verbetering van het rijgedrag grote milieuwinst geboekt worden, maar dan moet het verkeer veel gelijkmatiger gaan rijden, vooral de diesels. Feit is dat het gros van de automobilisten met te veel toeren rondrijdt (ca. 500 RPM te hoog) en dat veel taxi’s en jonge automobilisten ongestraft agressief rijgedrag (eufemistisch “sportieve rijstijl” genoemd) kunnen vertonen, wat de emissies met factoren doet toenemen (TNO 2000). Ook jonge bestelwagenchauffeurs kunnen er wat van… Feit is dat het gros van de automobilisten er geen idee van heeft dat hun rijstijl de luchtkwaliteit sterk beïnvloedt. Feit is ook dat steeds meer automobilisten (nu al 1 op de 4) dankzij de olieprijs de minst vervuilende rijstijl al toepassen; dat is die van Het Nieuwe Rijden (HNR). De meeste automobilisten rijden nog “oude stijl” rond, zoals opschakelen boven 3000 RPM. Des te meer is het te betreuren dat Amsterdam en de ministeries de potentie van massale toepassing van Het Nieuwe Rijden in het kader van de luchtkwaliteit nog niet benutten. HNR heeft alleen maar voordelen: minder NOx en fijn stof, minder CO2, minder geluidhinder, 10%-20% minder brandstofverbruik en –kosten, en tot 40% minder verkeersongevallen. Het huidige HNR-programma heeft met <10 euro/ton CO2 aangetoond dat de investeringen in de organisatie van rijgedragsverandering een fractie bedragen van de kosten van ombouw of sloop van voertuigen zoals Amsterdam die van plan is. De HNR-tips, zoals rustig optrekken en opschakelen bij 2000 - 2500 toeren, niet nodeloos stationair draaien, eerder gas-los en anticiperend rijden, hebben juist in stedelijk verkeer het grootste effect. Die concrete gedragsadviezen moeten daar dus indringend gecommuniceerd worden, bijvoorbeeld met posters met Rij schoner, rij 50 in z’n 4 en met frequente free publicity en inschakeling van de autobladen en autobranche. Dat wekt meer begrip dan een rijverbod. Amsterdam kan nu al beginnen om een verbod op nodeloos stationair draaien van taxi’s, bussen, trucks, (wegen)bouwmachines en dieselauto’s te handhaven; als dat in Zweden en Zwitserland wel kan, waarom hier niet?! Helaas is het ook een feit dat Amsterdam - evenals andere wegbeheerders - zelf een flinke bijdrage aan de luchtverontreiniging levert door de beroerde, niet op emissiereductie gerichte afstelling van veel verkeerslichten. Op veel doorgaande hoofdwegen kan het verkeer dat net op gang gekomen is weer in de remmen voor een rood licht terwijl er geen zijverkeer of overstekende fietser/voetganger door bediend wordt – de situatie bij bijvoorbeeld de Weesperstraat hoek Nieuwe Keizersgracht. Niets is zo irritant, vervuilend en brandstof verspillend als een rij (vracht)auto’s die naar 50 km/uur accelereert en dan nodeloos tot stoppen gedwongen wordt. Deze situatie doet zich op vele honderden drukke wegvakken in Nederland voor en kan vaak al met softwarematige aanpassingen geoptimaliseerd worden. Nog beter is instelling van een kortere of langere groene golf met intelligente voelers (“tovergroen”) die onderscheid maken tussen zware en lichte voertuigen en tussen enkele of clusters voertuigen – die dus zo min mogelijk moeten stoppen. Verkeerslichten die voetgangers en fietsers een vlotte en veilige oversteek moeten bieden zijn nu zelden voor luchtkwaliteit geoptimaliseerd. Ook hier zijn intelligente oplossingen mogelijk met “knipper-oranje” voor de assertieve fietsers, die nu net als ik toch al door rood fietsen, en “groen-op-verzoek” voor kinderen en bejaarden, een groepstempo dat nu in veel gevallen vermijdbare stop & go-situaties veroorzaakt. Amsterdam is met het parkeerbeleid al goed op weg om nodeloos autogebruik af te remmen. De miljoenen die Amsterdam heeft klaarliggen voor de sloopregeling kunnen beter besteed worden aan optimalisatie van alle VRI’s, afremmen van álle autogebruik, gratis HNR-trainingen, subsidies op de aanschaf van een gezinsbakfiets of moederfiets of aan een fikse korting op Greenwheels of openbaar vervoer voor eigenaren van oudere auto’s resp. jeugdige bromfietsers. Goed voor milieu en verkeersveiligheid, dat is pas sociaal en win-win verkeersmilieubeleid – een voorbeeld voor andere grote steden. Onlangs was ik voor het eerst in een casino. Ik laat mij niet zo
snel verleiden tot kansspelen. Ik weet namelijk dat de automaat
wettelijk zo is ingesteld dat slechts 40% van de mensen wegloopt met
méér dan dat ze erin hebben gestopt. Voor roulette
gelden soortgelijke kansen. Wat me echter opviel was het volgende:
bij de roulettetafel stond een scherm met de getallen die de
afgelopen ronden waren gevallen. Dat deed me denken aan de
roulettetafel die Het Klimaat heet.
“In het verleden behaalde resultaten, bieden geen garantie voor de toekomst.” Dat geldt ook in de kansspelen. Elke keer dat het balletje rond gaat in de roulettetafel, is de kans dat hij op een bepaald getal valt even groot. Ongeacht wat daarvoor gebeurd is. Toch zijn wij mensen geneigd om dingen in het verleden te vertalen naar voorspellingen over de toekomst. Zo wordt de hele klimaatdiscussie bijvoorbeeld gevoerd op historische data. Op basis van dit soort wetenschappelijke studies ontstaat er een illusie van ’begrijpen’. Maar helaas begrijpen we het klimaat pas op kleine onderdelen. “Dat is ook toeval!” roept een van de vrouwen aan de roulettetafel in sterk Rotterdams accent. Het balletje is voor de vierde keer achter elkaar op oneven gevallen. Prompt zet ze in op oneven, want dit is natuurlijk een voorteken. Toeval bestaat niet. Wat dat betreft verschillen wij niet veel van duiven. Als je een duif wat te eten geeft, bijvoorbeeld als hij zijn hoofd naar links beweegt, dan leert hij vrij snel om zijn hoofd continu naar links te bewegen. Precies zoals de honden van Pavlov. Erg leuk is het als je daarna volledig willekeurig eten geeft aan een duif. Na enige minuten staat het beest de meest gekke bewegingen te maken. Hij trekt namelijk na elk willekeurig moment van eten krijgen de conclusie dat zijn beweging dit veroorzaakte. Hij heeft een verband gelegd dat niet bestaat. Dat gevaar bestaat ook in de klimaatdiscussie. Wij hebben sterk de neiging alles ’bij het oude’ te willen laten. Wij denken en hopen dat er sprake is van een eeuwig equilibrium. Dat de aarde af is. Feit is echter dat de aarde, op een geologische tijdschaal nog niet zo heel lang geleden, een hele andere groep hoofdbewoners kende. Klimaatverandering is al millenia aan de orde van de dag en echt niemand weet wat er gebeurd als de temperatuur nog 2 graden stijgt, of daalt. Dat kunnen we ook niet weten. De aarde is net als een roulettetafel een chaotisch, onvoorspelbaar systeem. En wat je ook roept over het verleden, het biedt geen garantie voor de toekomst. En wij zijn als duiven zonder kop aan het gokken met overheidsgeld. Daarom bestaat toeval ook niet. Wij doen een aanname over de toekomst, we anticiperen. Dat is een talent van de mens, maar ook een zwakte. Als iets dan niet loopt als geanticipeerd, noemen we dat ’toevallig’. Maar het was hooguit ’onwaarschijnlijk’. Het leuke aan de klimaatdiscussie is dat hij gaat over ons mensen en onze zwaktes en talenten. Aan de basis van de huidige beweging zit echter een even natuurlijke als banale motivatie: angst. Mensen zijn in het algemeen niet in staat om het concept ’onvoorspelbaarheid’ te accepteren. Dat levert namelijk onzekerheid en stress op. Het is eenvoudiger dan maar in een verhaal of persoon te ’geloven’. Dit principe kennen we van de kerk, dictators en andere volksmenners. Wetenschap kent hiervoor gelukkig een zelfreinigend vermogen en de rest van de wereld volgt langzaam. Laten we voor nu accepteren dat we het niet weten met het klimaat, maar dat we, op basis van onze eigen overlevingskansen als soort, beter verstandig kunnen omspringen met onze natuurlijke bronnen. Dat principe is namelijk wel bekend: als je teveel schapen op een weitje zet, gaat het weitje en de schapen dood. En toevallig bleek de aarde rond. Onlangs is Eckart Wintzen overleden, na een rijk leven. Voor velen een inspirator en voorbeeld van levenswijsheid en persoonlijke creativiteit. Mooie vrolijke rouwadvertenties kreeg hij mee. Misschien was het zijn tijd, klaar voor de echte spirituele upgrading? Maar wat heeft dat dan met Groenopweg te maken?
Wintzen was een downsizer en een voorloper in Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) en gangmaker achter Greenwheels! Hij viel mij jaren geleden al op door als multimiljonair bewust te kiezen voor een kleine auto, een Renault Clio. Een opvallend statement, zoiets was in zijn kringen not done. Daar laat je met je auto zien wat je waard bent. Wintzen hoefde zich niet te bewijzen. Zijn auto en zijn levensfilosofie vormden het tegenbeeld van het ziekelijke parvenu-gedrag van de nieuwe rijken en andere BNers die zich graag in dure sportwagens laten zien. Die beroemde pianist die als een kind zo trots is op zijn Ferrari, dat heb ik altijd een beetje zielig gevonden – kunstenaars groeien van applaus, toch? Of die beroemde ontwerper in wit, met drie Porsches in z’n garage. Zogenaamd kritische zangers die in een te dikke SUV rondcrossen maar gelukkig wel het glas naar de glasbak brengen (per SUV!). Meest gênant was mister Tsjakka, bij de opening van een AutoRAI, bier smijtend op de Porsche-stand en schreeuwend alsof hij daar thuis was. Even zo triest vind ik het beeld van honderden op elkaar geschoven (zaken)auto’s na een winterse mega-test van ABS, airbags en kreukelzones. Weg glamour, weg power en dik blik, “sic transit gloria”.
Het blijven allemaal jongetjes van 11 - mentaal gesproken dan - waar de autocultuur en de auto-industrie het van moeten hebben. Als alleen vrouwen het bij auto-ontwerp, auto-aanschaf en –gebruik voor het zeggen zouden hebben, hadden we al lang in koddig leuke, felgekleurde, handige, 1 op 20 varianten op de Twingo en Clio rondgereden, met een enkel SUV-je voor wie zónder zo’n geval niet kan leven. Helaas worden auto’s door mannen ontworpen en in de markt gezet, niet als vervoermiddel maar als genotmiddel en penisverlenger voor jonge én oudere mannen. De opgeklopte vormen, de aangeblazen turbopower en de gezwollen turbotaal uit folders en autobladen, ’t is net Viagra. Psychologen trekken parallellen met echte drugs en andere vormen van verslaving. De roes van geluk na het laatste shot duurt helaas steeds korter doordat de autofabrikanten - gesteund door glossy autobladen, programma’s als Top Gear en andere glijmiddelen - constant voor steeds krachtiger autodrugs, autodildo’s en autopep zorgen. Tijdens borrelpraat met collega’s of op verjaarsvisite bij je buurman gaat het nooit over de vervoerskwaliteiten van hun nieuwe auto, maar om het speelgoedgehalte, de “aluminium accenten” en om steeds grotere aantallen paardenkrachten, en de toeters en bellen om die in bedwang te houden. Gas geven en remmen kan elke boerenkinkel, maar rijden? Ho maar!
Niet de rationeel-functionele kwaliteiten of de techniek van de auto maar de fun- en genotsfunctie vormen de kern van het probleem met de heilige koe. Hoe hard gaat-ie, hoeveel pk heeft-ie en wat kost-ie, daar gaat het over – tussen “echte” mannen. Ik vraag dan altijd: “wat zuipt-ie?” en plaag hen dan even met mijn 1 op 17 BX uit 1993 met 17 ct/km all-in, mijn 500 euro anti-statussymbool. De grap met die nieuwe auto is, dat de trotse eigenaar in één klap duizenden euro’s armer geworden is.
In de geest van Wintzen wens ik dat de tijd snel komt – goedschiks of kwaadschiks – dat de auto weer een nuttig/handig/prettig/zuinig/betaalbaar vervoermiddel wordt en meer niet. Voor de doorsnee vervoersvraag is een high tech 2CV met 50 paarden voldoende. Voor de snelheidskick ga je maar karten of naar een circuit! Dan wordt Autoweek weer de autoconsumentengids en blijft GTO er voor de verslaafden. Als echte mannen hun geluk en ziele(n)heil weer gaan zoeken in echt sportieve zaken (sport en fietsen bijvoorbeeld) die minder onprettige neveneffecten hebben, dan zijn ze pas echt groen op weg. Raken ze ook nog eens hun buikje kwijt…. De theorie dat onze CO2-uitstoot een wezenlijke invloed heeft op een versterkte opwarming van de aarde is een belangrijke motor voor de economie. Het is schrikbarend hoeveel organisaties, bedrijven en instanties er bezig zijn onder de noemer ‘klimaat’. Overheid, semi-overheid, adviesorganen, milieubewegingen, maar ook in de meest uiteenlopende uithoeken van het bedrijfsleven; werkelijk overal zijn mensen bezig (die daar ook voor betaald worden en vaak heel behoorlijk) met klimaat gerelateerde zaken. Het is een werkelijk gigantische business waar astronomisch grote bedragen in om moeten gaan. En dat allemaal op basis van een nog steeds niet hard bewezen theorie. Klimaat is pure handel.
Wanneer onomstotelijk bewezen wordt (en dat is nog steeds niet uitgesloten) dat het allemaal niet waar is - dat we als mens met onze CO2-uitstoot helemaal niets in de klimaatmelk te brokkelen hebben - zouden al die mensen die nu hun brood verdienen met hun CO2-gerelateerde werkzaamheden een probleem hebben, alles wat ze doen zou onnodig blijken. Deze mensen hebben dan ook baat bij een wijd verbreid geloof in de versterkte-broeikas-theorie en zullen die leer zo goed en zo kwaad als dat gaat ook in stand proberen te houden. Is het niet vanuit financieel oogpunt, dan wel om geen gezichtsverlies te lijden.
Nu heb ik altijd de indruk dat het veel commissieleden niet uitmaakt in wat voor commissie, raad of ander orgaan ze zitten, als ze maar kunnen vergaderen, hun aanwezigheidspremie opstrijken of in een colofon staan. En ook een autofabrikant zal het uiteindelijk een zorg zijn of de auto’s die hij verkoopt een lage CO2-uitstoot hebben, als er maar auto’s verkocht worden. Voor al deze mensen, organisaties en bedrijven heb ik een bijna geruisloze aftochtstrategie van het CO2-slagveld: richt de pijlen massaal op het terugdringen van fijnstof, NOx en nog een aantal verbindingen die wél een serieuze bedreiging vormen voor het milieu in het algemeen en de volksgezondheid in het bijzonder.
Als het handig gespeeld wordt is het publiek het CO2-verhaal snel weer vergeten, dat was immers ook het geval met de zure regen en het gat in de ozonlaag. En wanneer de strijd aangebonden wordt om de uitstoot van toxische stoffen terug te dringen, dan kunnen alle groene logo’s gewoon gehandhaafd blijven en hoeft er niemand imagoschade op te lopen. Een paar handige PR-bureau’s moeten zoiets toch prima kunnen begeleiden? Op 3 maart bracht “consumentenwaakhond” TROS-Radar sensationeel nieuws met een vernietigend “rapport” over de Prius. Zelden heb ik zo’n misleidende, eenzijdige en gemanipuleerde voorstelling van zaken gezien. Radar deed wat ritjes met een Prius en liet de Amerikaanse marktonderzoeker Art Spinella zijn fabeltje herhalen, dat ”een Hummer beter is voor het milieu dan een Prius” - zonder enige andere deskundige van bijvoorbeeld TNO te vragen of dat klopt. Ouwe koek, zie Cornelis Kit’s blog SUV schoner dan hybride?. Radar negeerde de informatie van Toyota en de brede kritiek op Spinella’s methodiek en rekenwerk. Even googlen levert op dat Spinella’s visie zeer omstreden is. Consumenten-programma’s en onderzoekjournalisten worden geacht objectief te zijn, hoor en wederhoor toe te passen en nooit op één deskundige af te gaan. VARA’s Radio Kassa had eerder al dezelfde fout gemaakt. Radar heeft blijkbaar meer verstand van verzekeringen dan van auto’s… Beroepshalve weet ik meer van auto’s en milieuprestatievergelijkingen. Nieuwsgierig ben ik meteen Spinella’s rapport gaan lezen: 458 internetpagina’s met duizenden getallen, na drie dagen was ik erdoor, dizzy. Eerste indruk: een schat aan informatie, vernietigender voor Detroit dan voor Toyota, en interessante munitie voor autohaters. Helaas ook: een ondoorzichtige brij van gegevens, en onnavolgbare interpretaties op basis van speculatieve rekensommetjes, voor leken - zoals consumenten en journalisten - totaal onbegrijpelijk. Wie alleen zijn conclusies of eindcijfers gebruikt gaat de mist in. Aan Radar heb je dan niks. Op 7 maart kwam dat in De Leugen Regeert; helaas werd “de leugen” niet goed belicht. Die regeert intussen door; veel mensen zijn in verwarring gebracht. Wat deed Radar dan fout? Door de Prius te laten racen tegen een snellere Toyota Auris [uit een ander segment] krijg je geen representatieve praktijktest. Niemand koopt een Prius voor de topsnelheid. Het recente lezersonderzoek van Autoweek toont daarentegen aan dat de Prius in de praktijk juist top-scoort op techniek en probleemloos gebruik. Werd niet vermeld. Radar betichtte Toyota van regelrecht bedrog met hun “testverbruik” van 1 op 15; dat bewijst dat Radar niet kan rijden. Autotests bewijzen dat het praktijkverbruik meestal flink hoger is dan de EU-testcyclus – zie de Honda Civic diesel met 1 op 12,1 vergeleken met 1 op 19,2 in EU-test. Radar liet Ton Roks van Autovisie als deskundige commentaar geven; die uitgesproken milieuscepticus is niet objectief. Wat Spinella over de (korte) levensduur van Prius-banden vertelde is eenvoudig te weerleggen. Markant feit: één Hummer-band weegt meer dan 4 Prius-bandjes! Cornelis Kit en ik lijken overigens de enigen die het hele rapport gelezen hebben. De hype van Spinella is intussen wel door Jan en Alleman overgenomen als was het een wetenschappelijk bewezen feit van het kaliber maan-draait-om-aarde. Man bijt hond, zo noem ík het. Na lezing van het rapport snap ik hoe de fabel van de Hummer en de Prius in de wereld gekomen is. Ik bewonder Spinella’s poging om het energiegebruik van alle in de VS in 2005 verkochte auto’s te berekenen (d.w.z. voorspellen) over de hele levensduur, als “maatschappelijke energiekosten” in dollars per mijl. Nog nooit is het enig onderzoekinstituut gelukt de “externe kosten” (d.w.z. de onbetaalde kosten van energie/milieu/ongevallen) per autotype objectief vast te stellen. Dat betreft alle (keten)effecten van wieg tot graf, ofwel “cradle to cradle”. Iets dergelijks doet de PvdD met koeien: zie mijn Tunnelvlees. De hamvraag daarbij is: wat tel je mee?! Spinella telt alles mee: hoe ver werknemers van de autofabriek wonen, hoe lang ze douchen na het werk, allerlei overheadkosten, en een groot deel van de energie van de staal-, mijnbouw- en raffinagesector. Hoe hij aan die gegevens komt is een raadsel. Hoeveel woon-werk-energie verbruiken Ferrari-ingenieurs? Dat interesseert Ferrari geen bal, weten ze niet eens. Spinella blijkbaar wel, meestal per model gespecificeerd. Kritiekpunt is dus: de gebruikte gegevens zijn onduidelijk, niet objectief meetbaar of voor andere onderzoekers kenbaar. Veel gegevens zijn gewoon bedrijfsgeheim of een willekeurige aanname zonder peer review (door andere deskundigen getoetst). Verder rekent Spinella alles om naar dollars/mijl; daardoor worden de input en weegfactoren oncontroleerbaar in eenheden als joules, liters brandstof of CO2. Zijn aannames zijn vaak uiterst betwistbaar. Hij baseert zijn voorspelling voor de toekomstige energiekosten [tot 2040!] namelijk op statistische gegevens over dezelfde of vergelijkbare autotypen. Dat is nattevingerwerk. Verwachte levensduur en kilometrages bepalen de uitkomst. Die correleert hij direct aan technische ingewikkeldheid: hoe meer elektronica in een auto, hoe korter die meegaat, hoe meer reparaties en garage-energie nodig zijn en hoe meer energie de sloopfase kost. Zo neemt hij voor “de Hummer” (meestal bedoelt hij de H3) de H1 als uitgangspunt. Die gaat volgens hem gemiddeld 35 jaar en 550.000 km mee; zo worden de hoge produktie/onderhoudskosten over veel km uitgesmeerd. Impliciete aanname is blijkbaar dat benzine tot 2040 nog steeds goedkoop is. Voor de Prius 2 neemt hij het (semi-experimentele) type 1 als uitgangspunt, in de VS vooral boodschappenauto met veel korte ritten. Voor de Prius 2 neemt hij daardoor 12 jaar en 170.000 km aan. Verder gaat hij bij alle hybrides uit van extreem hoge productie-energiekosten en reparaties. Zelfs sloop en schadeherstel zijn duurder dan bij allerlei sportauto’s, waarvan vaststaat dat die veel brokken maken en gruwelijk duur om te repareren zijn en meestal jong sneuvelen. De aanname dat een Prius vaak reparatie en nieuwe accu’s nodig heeft en moeilijk te repareren is, heb ik een bevriende Toyota-dealer met een paar honderd Prius-klanten voorgelegd. Ondanks veel klokjes-rond is er nog nooit een accu vervangen; de Prius 2 vraagt minder reparaties dan gewone auto’s. Toyota geeft 8 jaar garantie op de techniek! Schades komen minder voor: wie Prius rijdt scheurt niet. Vreemd dat Spinella beruchte wegenwachtklanten als Maserati en Range Rover beter laat scoren dan de Prius 2, die in de Autoweek Tevredenheids Trofee 2007 qua betrouwbaarheid top is. Moderne auto’s raken al van een kleine tik total loss zonder dat motor/aandrijving geraakt zijn. Toch rekent hij voor de Prius 900% hogere reparatie-energie, want “hybride-onderdelen vergen enorm veel energie”. Vreemd, want de wereld zit vol elektromotoren, accu’s en elektronica, zoals in miljarden mobieltjes. Een Prius recyclen kost volgens Spinella meer energie dan een Audi A8 of BMW X5 met 4WD-techniek of een Ferrari [ongespecificeerd]. Hybrides straft hij extra omdat ze uit bijzondere onderdelen bestaan die “niet bruikbaar in andere auto’s” zijn. Maar dat geldt intussen voor alle moderne auto’s, die steeds specifieker qua motorisering en carrosserie worden, zelfs de Hummer. De technische ontwikkeling daarvan betaalde US Army, die rekent hij niet mee. R&D voor de Prius 1 en 2 mag je m.i. uitsmeren over alle hybride-generaties die nog komen en dus niet alleen aan type 2 toerekenen. De transportenergie van grondstoffen en (half)producten telt bij hem extreem zwaar, maar hij vergeet dat toe te passen op de Amerikaanse SUVs die Europa importeert. Elke auto gebruikt jaarlijks zijn gewicht in benzine. Ook olie komt van ver, daar worden oorlogen om gevoerd; de energie voor de Golf- en Irak-oorlog [die Amerika zonder olieverslaving nooit begonnen zou zijn] zou in Spinella’s opzet ook moeten meetellen in het brandstofverbruik van al die dikke SUVs! Fundamenteel bezwaar heb ik tegen het feit dat hij consumentengedrag en gebruikspraktijken uit de VS direct vertaalt in objectieve technische voertuigeigenschappen, die dan ook in Europa gelden. Zijn grootste fout is het hanteren van absolute getallen waar grote bandbreedtes geboden zijn – zoals de echte wetenschappers in IPCC doen voor de zeespiegelrijzing. Maar Spinella lijkt geen onzekerheden te kennen. Toch mag Detroit niet vrolijk worden van de kern van zijn rapport: auto’s verspillen enorm veel energie en grote auto’s leggen een veel groter beslag op energie en milieu dan kleine simpele auto’s. Modellen die lang ongewijzigd in productie blijven zijn het beste voor het milieu. Spinella zou de Eend en de (oer)Mini dus heel goede scores geven, net als de Kever! Radar heeft grove fouten gemaakt door geen echt feitenonderzoek te doen. Bovendien is de Amerikaanse automarkt niet te vergelijken met de Nederlandse. Garages en onderhoud staan er op bedroevend laag peil, sloperijen werken primitief [geen STIBA-systeem], de auto wordt er bij gebrek aan goed OV voor elke scheet gebruikt (zoals een brommer bij onze 16-jarigen) en de brandstof kost(te) er bijna niks. Kortom: de auto in de VS lijkt in niets op die in Europa. Meer weten? Google: radar – CMW dust to dust – Hummer – Prius. |
| Laatste weblogs |
- 21-07-10Mijmeren over CO2-vermijding
- 28-06-10De mijne is 300 pk lang
- 09-06-10Saab 92mini: groene auto van
- 23-03-10Ervaringen van een filerijder
- 23-02-10Toyota en IPCC, kras, deuk of gate?
- 18-12-09Boer of wind
- 12-11-09Laadpaalbezetting
- 28-10-09Dit willen we meer zien! Nou ja...
- 28-10-09Niet van dat halfslachtige!
- 04-08-09In het land der blinden...
| Laatste reacties |
- Juantje (Ervaringen van een filerijder)
maakt niet zoveel uit, zolang ik het maar niet in de trein... - chrisnobel (Laadpaalbezetting)
Daar kun je met betalingssystemen voor zorgen. Waarom de... - Pooly (Waar blijft de écht groene auto?)
@marcel stappers inderdaad de echt groene auto is de mens... - Pooly (Waar blijft de écht groene auto?)
@marcel stappers inderdaad de echt groene auto is de mens... - Drs. ing. André Van Dijk (Waar blijft de écht groene auto?)
Dear reader, GO TO www.IkBenEenSmart.NL - R de Kraker (Mooi tuk)
't zal aan veel factoren kunnen liggen, maar ik zie ze...
| Weblogcategoriën |
rss




















