Op maandag 31 maart heeft de kort geding rechter in Den Haag geoordeeld dat de
fijnstofdifferentiatie bij de aanschaf van een dieselpersonenauto per 1 april kan worden ingevoerd. Het kort geding was aangespannen door de RAI en de BOVAG tegen het ministerie van Financiën. Kern van het geschilpunt was of de differentiatie in strijd is met Europese regels over vrij verkeer van goederen en diensten. De rechter oordeelt dat dit niet het geval is. Dit betekent dat in de fiscale grondslag kan worden gedifferentieerd tussen schone en vieze diesels. Uit onderzoek blijkt dat de uitstoot van
fijnstof door dieselauto’s door deze maatregel afneemt met 0,06 tot 0,08 kton in 2010.
De maatregel past binnen het beleid van staatssecretaris De Jager (Financiën) om de belastingen te vergroenen. Dit komt neer op het verschuiven van het belasten van positief handelen, zoals werken en winst maken, naar negatieve handelen zoals
milieu vervuilen.
Achtergrond
Per 1 april 2008 wordt er voor dieselpersonenauto’s een differentiatie van het
BPM-tarief geïntroduceerd afhankelijk van de uitstoot van
fijnstof. Bij een uitstoot van nul milligram bedraagt de korting € 900. Voor iedere milligram uitstoot wordt € 200 geheven. Zie onderstaande tabel.
|
|
0 |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
etc. |
|
|
€ 900 |
€ 700 |
€ 500 |
€ 300 |
€ 100 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
€ 100 |
€ 300 |
€ 500 |
€ 700 |
etc. |
De huidige
BPM-korting van € 600 voor dieselauto’s met een uitstoot van ten hoogste 5 milligram wordt hierin geïntegreerd en komt hierdoor als zodanig te vervallen. Personenauto’s waarvoor geen uitstoot bekend is, worden geacht de maximumuitstoot te veroorzaken. Deze is in normale gevallen 25 milligram en in uitzonderingsgevallen 40 of 60 milligram. Er bestaat een tegenbewijsmogelijkheid.